Adventure map

Oorspronkelijk ontstaan als suikerplantage

'Berg en Dal' werd als een suikerplantage gesticht, maar werd in 1835 omgezet naar een houtplantage. De grond aan de bovenloop van de rivier bleek minder vruchtbaar te zijn, dan die aan de benedenloop van de Surinamerivier. Het doel van houtplantages of houtgronden was het leveren van hout om bijvoorbeeld de suikerketels te stoken. De meeste houtgronden lagen aan de bovenloop van de Surinamerivier en daarmee ook aan de rand van het Surinaamse plantagegebied. Dit had invloed op de omgang van de directie met de slaven. Immers het gevaar was groter dat de slaven wegliepen of contacten onderhielden met de Marrons in het gebied dan in de benedenlanden De directie moest hun loyaliteit winnen. Hun leven was daardoor vrijer, ze werden minder vaak en minder hard gestraft dan de slaven op andere plantages en ze hoefden minder uren per dag te werken. De slaven hadden tijd om eigen groenten te verbouwen en te (laten) verkopen.

In 1730 werd de toen nog suikerplantage 'Berg en Dal' overvallen door Marrons. De slaven kozen de kant van de plantage die ze succesvol verdedigden. Op een werkdag hebben de slaven hun kapmessen en het geweer van de bastiaan (Surinaamse slavenopzichter) aan de boskant neergelegd om suikerriet naar de molens te dragen. De Marrons in de buurt zagen dit en maakten van de gelegenheid gebruik om de slaven met hun eigen wapens aan te vallen. De slaven verdedigden zich met riet en de nog overgebleven kapmessen. De blanken die op hun alarm toegeschoten kwamen verdeelden geweren en kapmessen onder de slaven. De Marrons vluchtten naar het bos en namen vijf slavinnen mee op hun terugtocht. De slaven stormden met hun nieuwe wapens het bos in en lieten de blanken achter zich. In het bos bevrijden ze de vrouwen, vielen de Marrons aan en verdreven ze uiteindelijk. De loyaliteit van de slaven werd met diverse gunsten beloond, waaronder volgens een auteur het recht een geweer te dragen en de belofte nooit aan een andere plantage te worden verkocht. Dit laatste was een belangrijke belofte, immers hierdoor konden de slaven in eigen tuinbouw investeren en liepen ze niet het risico dat de onderlinge sociale band werd verscheurd. 

Ook in de 19de eeuw hadden de slaven van 'Berg en Dal' de reputatie zeer loyaal aan hun plantage te zijn. In een beschrijving van de plantage van 1816 is sprake van een 'liefelijk' gehucht van vrijstaande hutten met galerijen, waar de slaven leefden. Deze overtroffen volgens de schrijver de gewone 'negerhuizen' van de benedenlanden. Die zogenoemde 'negerhuizen' bestonden uit grote houten gebouwen met diverse kamers. De verslaggever vertelt ook van uitvoerige feesten die de slaven er mochten houden. In 1840 werd melding gemaakt van landbouwgewassen die de slaven verbouwden en verder stroomafwaarts verkochten. Het zelfbewustzijn van de slaven in 'Berg en Dal' was groot. In 1861, twee jaar vóór de slavenemancipatie, verklaarden ze zelfs dat ze geen slaven meer waren en dat ze loon voor hun werk wilden ontvangen.  

Terug naar geschiedenis

Of lees meer

Insecten- en bloemenschilderes en natuuronderzoeker

Het ontstaan het van resort